De macht en het gezag van de huisarts

Interview met Wil Bosch van WB-Zorg

Wil Bosch is onafhankelijk adviseur voor medische beroepsgroepen, zoals apothekers, medisch specialisten en huisartsen. Hij informeert hen over de veranderende regelgeving in de zorg en laat zien wat dat betekent voor de positie van de beroepsgroep.

Tekst en foto’s Bob van Heukelom, redacteur Medz-Online

IMG_6419

Wil Bosch: ‘Vooraf zou ik de begrippen macht en gezag willen definiëren: ‘Gezag’ is het kunnen instrueren van anderen tot het doen van handelingen, waarbij die handelingen in dienst staan van de taakuitoefening van de betrokkenen. Dit is iets natuurlijks en in het voordeel van betrokkenen. Je hebt het verdiend door erkenning, opleiding, positie etc. ‘Macht’ is het wanneer je anderen bepaalde zaken kunt opleggen. Hiermee kan iets afgedwongen worden wat de ander niet wil.


‘Macht’ is het wanneer je anderen bepaalde zaken kunt opleggen. Hiermee kan iets afgedwongen worden wat de ander niet wil.


Hoe verhouden zich volgens jou de grootheden macht en gezag in de verhouding tussen huisartsen en zorgverzekeraars?

‘Huisartsen klagen vaak dat de zorgverzekeraars teveel macht zouden hebben. Dat wekt de indruk dat huisartsen zich afhankelijk opstellen ten opzichte van de zorgverzekeraar. Deze houding versterkt echter de veronderstelde onmacht van de huisarts. Bedenk dat de zorgverzekeraar een zorgplicht voor huisartsenzorg heeft. Dus als ik mij ga gedragen als iemand die afhankelijk is van de zorgverzekeraar dan gaat die zich natuurlijk gedragen als iemand die macht kan uitoefenen.

Ik denk dat beide partijen een gelijkwaardige positie moeten hebben. Over de inhoud van een contract moeten de contractpartners elkaar kunnen vinden.

Je vertelt me dat huisartsen informatie moeten gaan aanleveren, terwijl ze dat niet willen omdat dat te maken heeft met het medisch beroepsgeheim. Waarom doen ze dat dan toch?


‘Als het klopt dat de zorgverzekeraar de macht van de overheid krijgt, om uitkomstcijfers op te eisen, dan heb ik daar als patiënt een mening over.


Omdat de zorgverzekeraar door de minister verplicht wordt om die informatie te verzamelen.

‘Als het klopt dat de zorgverzekeraar de macht van de overheid krijgt, om uitkomstcijfers op te eisen, dan heb ik daar als patiënt een mening over. Ik ben als patiënt alleen bereid om die informatie af te staan als de zorgverzekeraar mij duidelijk kan maken wat ze met die informatie gaat doen en wat dit dan voor mij betekent.’

In het tweede segment komt de programmatische multidisciplinaire zorg voor patiënten met chronische aandoeningen. Afspraken daarover kunnen per praktijk of met een zorggroep gemaakt worden.
En dan krijgen we er in 2015 nog het derde segment bij en dat gaat over uitkomsten en innovatie.

Volgens de VPH raakt dit aan de wortels van onze beroepsethiek.

‘Er lijkt mij een groot risico in te zitten voor huisartsen om alles wat zij doen en niet doen te registreren en met anderen te delen, omdat er in het werken met mensen en het maken van medische diagnosen altijd een aantal onzekerheden kunnen bestaan.’

‘Als je dienst doet als ‘port d‘entree’ in de gezondheidszorg, dan kan je niet altijd op voorhand zeggen wat die klachten betekenen voor zo’n patiënt op dat moment. Het is de charme van het vak, en dat is ook de functie van jou als huisarts, dat je als zeef fungeert binnen het zorg systeem.

Nu wil de overheid, dat de huisarts er allerlei andere taken bij gaat doen.

Ja, vanaf 2015 behouden we in het eerste segment het inschrijftarief en het consulttarief, maar men gaat experimenteren om daar één tarief van te maken. In dat geval gaan we weer terug naar het oude abonnement systeem. Dat betekent dat er een element, dat pervers gedrag zou kunnen uitlokken, uit het systeem gehaald wordt. Dan hoef jij je als huisarts alleen maar te concentreren op de zorgverlening en die optimaliseren.


Wat doet dat met de persoon van de huisarts? 


Krijgt de zorggroep daarmee dan meer macht?

Een zorggroep is een aparte juridische entiteit, die losstaat van de huisartsenpraktijk en die bepaalde vormen van zorg met de zorgverzekeraar contracteert als één onderneming. In die contracten gaat de zorgverzekeraar een heleboel eisen stellen over de geleverde zorg en wil ze zoveel mogelijk informatie kunnen verzamelen.

De vraag is of dat allemaal wel noodzakelijk is. Er moet ontzettend lang onderhandeld worden over al die details en de ‘bottomline’ is meestal: Wat wordt het bedrag wat er betaald gaat worden voor deze vorm van zorg.

De volgende vraag is: wie gaat al die zorg in de eerste lijn verlenen en wat blijft er dan over van de huisarts, de gezinsarts, de generalist, die zich bezig houdt met ‘pluis niet-pluis’. Die als enig in de eerste lijn het unieke diagnostische en therapeutische proces beheerst waar de huisarts tenslotte voor is opgeleid.

Wat doet dat met de persoon van de huisarts? Want daar gaat het jullie dus in feite om.


De huisarts met zijn basistaken is een juweel in de gezondheidszorg en dat moeten we koesteren.


Hoe moeten de huisartsen dit gaan oplossen, daar gaan ze toch aan ten onder?

De huisarts met zijn basistaken is een juweel in de gezondheidszorg en dat moeten we koesteren. Maar die huisarts moet een organisatie opzetten, die zodanig bereikbaar is dat hij zijn basistakenpakket kan uitvoeren. Ik hoef niet altijd mijn eigen huisarts te zien als ik zorg nodig heb, maar er moet wel een huisarts voor mij beschikbaar zijn. Wel wil ik de mogelijkheid hebben dat, als ik kan wachten, ik mijn eigen huisarts kan zien of spreken.

Als de huisarts in staat is de zorg goed te organiseren of te laten organiseren, dan is het nog maar de vraag of hij aan de nieuwe ontwikkelingen ten onder gaat. De huisarts en zijn patiënten kunnen er ook hun voordeel mee doen.

De VPH maakt zich sterk om de positie van de huisarts te bewaken en om de invloed van de verzekeraars buiten de spreekkamer te houden.

Geplaatst in Financieel, Management, MedZ, Organisatie, Uitgelicht-homepage, Zorggroep.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *